De aansprakelijkheid van een verzekeringsadviseur (ook wel: adviesfout of beroepsfout van de adviseur) ontstaat wanneer hij zijn actieve zorgplicht niet nakomt, dat nalaten tot aantoonbare financiële schade leidt, en er een direct verband bestaat tussen zijn fout en jouw verlies. De juridische grondslag hiervoor is artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Vorige week zat Yvonne tegenover me aan tafel. Ze had net te horen gekregen dat haar verzekeraar slechts een deel van de schade vergoedt na de brand in haar aanbouw. De rest — ruim tienduizend euro — bleef bij haar liggen.
"Maar Kees," zei ze, "mijn adviseur wist toch dat ik die uitbouw had laten bouwen? Hij had ook de hypotheek daarvoor geregeld."
Ja. Hij wist het.
En toch had niemand ooit gevraagd of haar opstalverzekering — de verzekering die de herbouwkosten van je woning dekt — nog klopte na de verbouwing.
Een verzekeringsadviseur is niet iemand die eenmalig een polis regelt en dan klaar is. De wet verplicht een adviseur te handelen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakman (art. 7:401 BW). En een goede vakman wacht niet af.
In gewone mensentaal: hij moet actief meekijken of jouw verzekeringen nog passen bij jouw situatie. Ook als jij er niet naar vraagt.
Vergelijk het met je huisarts. Als jij op het spreekuur komt en de dokter ziet aan jouw hoest en je gewicht dat er iets niet klopt, hoort hij door te vragen. Hij kan zich er niet van afmaken met "u heeft me niets verteld." Zo werkt het bij een verzekeringsadviseur ook: hij kent jouw situatie, hij beheert jouw portefeuille, en hij moet meedenken — ook zonder dat jij de vraag stelt.
Dat geldt bij het afsluiten van een polis, maar zeker ook daarna. Een adviseur die jarenlang niets van zich laat horen terwijl jouw situatie verandert — nieuwe aanbouw, verbouwing, verhuizing, situaties die hij kent of behoort te kennen en die invloed hebben op jouw dekking — en die pas opdaagt als je zelf belt? Dat is niet hoe het hoort.
De kern is simpel: je adviseur mag niet stilzitten.
Yvonne had haar adviseur verteld dat ze een aanbouw liet plaatsen. Hij regelde de hypotheek. Dat gesprek had dus ook dit gesprek moeten zijn:
"Yvonne, je laat bijbouwen. Goed. Maar weet je dat je opstalverzekering nu waarschijnlijk niet meer klopt? De herbouwwaarde — het bedrag waarvoor we jouw huis verzekerd hebben — is namelijk gebaseerd op de oude situatie. We moeten dat aanpassen."*
Dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden.
Haar opstalverzekering was bij het afsluiten gebaseerd op een herbouwwaarde van €280.000. Na de aanbouw — goed voor zo'n €45.000 — had die herbouwwaarde bijgesteld moeten worden naar €325.000. Maar dat is nooit gebeurd.
Bij de brand keerde de verzekeraar uit op basis van de oude, te lage waarde. Het tekort: ruim €11.000. Dat is geen klein bedrag. En het had voorkomen kunnen worden met één telefoontje.
Wat Yvonne zich nu afvraagt: kan ze haar adviseur aansprakelijk stellen voor die €11.000?
Dat de adviseur heeft gefaald, betekent niet automatisch dat hij betaalt. Om een verzekeringsadviseur daadwerkelijk aansprakelijk te kunnen stellen voor jouw schade, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:
Bij Yvonne is dat duidelijk: hij wist van de verbouwing, hij heeft de polis niet aangepast en hij heeft niet gewaarschuwd.
Dit is het causale verband — de schakel tussen zijn fout en jouw verlies. Stel dat Yvonne zou zeggen: "Ik had toch nooit de premie willen betalen voor die hogere waarde" — dan vervalt die schakel. Maar dat is hier niet het geval. Yvonne had gewoon goed verzekerd willen zijn. Het causale verband is aanwezig: de fout van de adviseur leidde tot een te lage uitkering, en die te lage uitkering leidde tot het financiële verlies van Yvonne.
Die €11.000 die Yvonne zelf moet betalen: dat is de schade.
Zijn alle drie aanwezig? Dan staat Yvonne redelijk sterk.
Een kanttekening: heb je de verbouwing nooit schriftelijk doorgegeven? Dan telt dat mee. Je hebt ook zelf de plicht om je adviseur op de hoogte te houden. Dat kan het bedrag dat je vergoed krijgt verlagen.
Yvonne is geen uitzondering. Een "slapende portefeuille" — verzekeringen die al jaren ongewijzigd blijven terwijl de situatie van de klant allang is veranderd — is een veelvoorkomend probleem in de verzekeringsadviespraktijk.
Heb je verbouwd, een aanbouw laten plaatsen, dure apparatuur aangeschaft? Dan is de kans groot dat je oorspronkelijke polis niet meer aansluit bij de werkelijkheid.
Ben jij altijd degene die belt, of laat jouw adviseur ook weleens van zich horen om te vragen hoe het staat? Een adviseur die nooit belt, beheert je portefeuille niet actief.
Een goede adviseur legt niet alleen vast wat hij regelt, maar ook wat er buiten de dekking valt. Als dat gesprek nooit heeft plaatsgevonden, is het de moeite waard om ernaar te vragen.
En als er al iets mis is gegaan: je hoeft niet meteen naar de rechter. Het Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) is een onafhankelijke geschillencommissie voor financiële dienstverlening, gratis toegankelijk voor particulieren. Het Kifid behandelt dit soort klachten over verzekeringsadviseurs. Of dat ook in jouw situatie resulteert in een uitspraak in jouw voordeel, hangt af van hoe het contact met je adviseur is verlopen en wat er is vastgelegd. Een uitspraak kan beide kanten op gaan.
Twijfel je of jouw adviseur zijn werk nog actief doet, of wil je gewoon weten of je dekking nog klopt bij je huidige situatie? Dat gesprek is altijd beter vóór de brand dan erna.