Marco belde me op een dinsdag. Rustig, zelfverzekerd. "Kees, er is een aansprakelijkheidsstelling binnengekomen van een klant. Lekkage, waterschade. Ik stuur het gewoon door naar de verzekeraar — ik heb een AVB, dus dat komt goed."
Ik hoorde hem al. Dat "dat komt goed."
Een week later stond hij weer aan de lijn. Minder rustig.
De meldingstermijn bij een aansprakelijkheidsverzekering is de termijn waarbinnen je een mogelijke schade of aansprakelijkheid bij je verzekeraar moet melden — en die termijn begint te lopen op het moment dat je er redelijkerwijs weet van kon hebben, niet pas als er een formele brief binnenkomt.
Marco had een Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven (AVB) afgesloten toen hij zijn installatiebedrijf startte. Nette polis, nette premie, nette dekking. Hij had een lekkende aansluiting achtergelaten bij een klant. Waterschade, flinke herstelkosten. Vervelend, maar dat is precies waarom je zo'n verzekering hebt.
Maar zijn klant had hem vier maanden eerder al aangesproken. Mondeling, op de bouwplaats. "Hé Marco, er zit iets niet goed aan die aansluiting." Marco had het gehoord, had gezegd dat hij ernaar zou kijken, en was verder gegaan met zijn dag.
Vier maanden later kwam de formele aansprakelijkheidsstelling. Marco stuurde hem door. De verzekeraar las de brief, pakte zijn polis erbij, en wees de claim af.
Niet omdat de schade niet gedekt was. Die was het prima.
Maar omdat Marco de schade te laat had gemeld.
In Marco's polis stond een meldingstermijn — ter illustratie: stel dat die termijn "onverwijld" of dertig dagen luidde. De verzekeraar wil weten van een mogelijke schade zodra je er weet van hebt, of zodra je er redelijkerwijs weet van had kunnen hebben.
En die ontdekking? Was dat informele gesprek op de bouwplaats, vier maanden eerder.
De klok startte op het moment dat Marco hoorde "er zit iets niet goed" — afhankelijk van de polisformulering en de omstandigheden kan een informele klacht al gelden als het beginpunt van de meldingstermijn, niet het moment dat de aangetekende brief binnenkwam.
Dat is waar het bij de meeste ondernemers misgaat. Ze wachten op de officiële aansprakelijkheidsstelling. Ze denken: zolang er geen brief is, is er geen claim. Maar je polis denkt daar anders over. Meldingstermijnen verschillen per verzekeraar en productversie: je polis kan "onverwijld" hanteren — juridisch: zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk, in de praktijk een kwestie van dagen — of een andere specifieke termijn. Weet je het niet zeker? Check de sectie "verplichtingen bij schade" in je volledige polisvoorwaarden.
Hier zit de echte gemene bijl.
Artikel 7:942 van het Burgerlijk Wetboek — van kracht in de huidige vorm sinds 1 juli 2010 — regelt de verjaringstermijn voor vorderingen op een verzekeraar. Die termijn is drie jaar. Drie jaar. Dat klinkt ruim.
Maar die wettelijke termijn gaat over iets anders. De drie jaar begint te lopen op het moment dat je bekend bent met de opeisbaarheid van je vordering — wat eerder kan zijn dan een formele afwijzing. Na een ondubbelzinnige afwijzing door de verzekeraar gaat een nieuwe termijn van drie jaar lopen. Artikel 7:942 BW regelt dus wat je kunt doen *nadat* je verzekeraar heeft geweigerd — niet wanneer je de schade bij hem moet melden.
Vergelijk het met een garantiebewijs voor je nieuwe cv-ketel. Twee jaar garantie. Maar in de kleine lettertjes staat dat je een defect binnen twee weken na ontdekking moet melden bij de leverancier. Doe je dat niet, dan vervalt je recht op herstel — ook al loopt de garantietermijn nog. De garantie bestaat. Het recht om hem in te roepen niet meer.
Zo werkt het ook bij Marco's AVB.
Een te late melding leidt overigens niet altijd tot een volledige afwijzing. Op grond van artikel 7:941 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek moet de verzekeraar in beginsel aantonen dat hij door de late melding daadwerkelijk in zijn belangen is geschaad. Bij zakelijke polissen — zoals een AVB — kan een beroep op verval van recht bij late melding echter steviger zijn dan bij particuliere verzekeringen. De juridische weg die dan volgt is aanzienlijk complexer, en je bewandelt hem liever niet.
Marco zal de schade waarschijnlijk zelf moeten oplossen, of hij moet onderhandelen met zijn klant — zonder rugdekking van zijn verzekeraar.
Wat hem nog meer zorgen baart: hij wil volgend jaar van verzekeraar wisselen. Op grond van artikel 7:928 van het Burgerlijk Wetboek ben je verplicht bij het aangaan van een nieuwe verzekering alle bekende feiten op te geven die van invloed kunnen zijn op de acceptatiebeslissing. Deze afgewezen schadeclaim valt daar in beginsel onder. Doet Marco dat niet, en komt het later boven water, dan kan ook de nieuwe verzekeraar dekking weigeren.
Oude verzekeraar zegt nee. Nieuwe verzekeraar zegt nee. Marco's positie is op zijn zachtst gezegd zwak — terwijl hij eerder in de procedure wellicht nog argumenten had gehad als hij direct na die opmerking op de bouwplaats een voorlopige melding had gedaan.
Dit had voorkomen kunnen worden met één telefoontje. Vier maanden geleden.
Niet de samenvatting — de volledige voorwaarden. Zoek op "verplichtingen bij schade" en lees wat daar staat. "Onverwijld"? Dat betekent dagen, niet maanden. Ja, vervelend — maar dit is precies het moment waarop Marco's verhaal anders had kunnen aflopen.
Een voorlopige melding wordt in de praktijk doorgaans geaccepteerd. "Klant heeft iets gezegd over mogelijk werk van mijn hand, ik meld dit alvast" — dat is genoeg om de klok te stuiten.
Een appje, een notitie in je agenda. Zodra een klant iets zegt: datum erbij. Zo kun je later aantonen wanneer je het ontdekte — en wanneer je hebt gemeld.
Wil je weten wat er precies in jouw polis staat? Een van onze adviseurs helpt je daar graag doorheen.